TU Delft: bomen werken als natuurlijke airco

Bomen ook essentieel tegen de hittestress

Deze zomer zijn de temperaturen weer flink opgelopen. En dat is een patroon dat we de afgelopen jaren steeds vaker zien. Bomen zijn de natuurlijke airco voor onze omgeving. Gebouwen, asfalt en andere verhardingen houden warmte daarentegen vast en geven die langzaam weer af. Het is een bekend verschijnsel dat ook wel het hitte-eilandeffect genoemd wordt. Maar wat lange tijd vooral werd ervaren als “een gevoel” is nu ook wetenschappelijk bewezen: bomen koelen de omgeving significant af.

In het landelijke onderzoeksproject i-Tree 2.0-NL, onder leiding van TU Delft, is het verkoelende effect van maar liefst 69 verschillende boomsoorten onderzocht. In steden als Amsterdam, Rotterdam en Groningen zijn uitgebreide metingen gedaan. Wat blijkt? Onder het bladerdak van een boom kan de stralingswarmte, de directe zonnestraling op je huid en omgeving, tot rond de dertig graden lager uitvallen, op een dag dat het boven de vijftig graden stralingswarmte in de volle zon is. Hierdoor daalt dus de gevoelstemperatuur, waardoor het onder bomen veel aangenamer vertoeven is dan in de volle zon.Dat komt doordat bomen op meerdere manieren de stralingswarmte tegenhouden: hun bladeren reflecteren en absorberen het zonlicht, en beschaduwen gebouwen, asfalt en andere verhardingen, waardoor er minder stralingswarmte is. 

In het onderzoek is ook een nieuwe classificatie van bomen gemaakt. De zogenoemde Cool Tree Architecture Typology, die laat zien welke eigenschappen, zoals bladerdichtheid of houtstructuur, het meest bijdragen aan verkoeling. 

Bomen behouden en wanneer dat echt niet kan goed compenseren

Consequentie is dat wij voor een goede leefomgeving bomen dus niet alleen voor ons landschap en ecologie willen behouden, maar ook voor de leefbaarheid van het dorp. In het GOL worden tenminste 10.000 bomen gekapt, zowel binnen de bebouwde kom als buiten de bebouwde kom. Deels is dat noodzakelijk, deels kan dat ook vermeden worden of het het ronduit niet zinvol. Maar kappen zal nodig zijn. Wat dan echt een probleem is dat er onvoldoende gecompenseerd wordt en daar blijven wij ons tegen verzetten.

Het kan niet zijn dat in een project met een uitgesproken natuurdoelstelling we ongeveer 1000 individueel vergunning plichtige bomen van minimaal 150 cm omtrek 65 jaar en ouder) compenseren met evenveel dunne boompjes van 16-18 cm omtrek (6-8 jaar). Zo verliezen we minimaal 95% boomkroonvolume en een formidabele airco, die ook na 30 jaar nog niet werkt als voorheen. Veel niet individueel vergunning plichtige bomen van 30-130 cm omtrek worden helemaal niet gecompenseerd en volwassen bosschages van 30-50 jaar oud vervangen door wat bosplantsoenen in het oog van een snelweg. Dat kan niet alleen veel beter, dat moet wat ons betreft ook veel beter.

Zie voor onze analyse van het GOL compensatieplan dit bericht.

Nieuwe wijken bouwen met de 3-30-300 regel

En als er nieuwe wijken worden aangelegd, zoals de Grassen de Oosters, Victoria II, laten we dan beginnen met het waterplan en groenplan, zodat wijken met het oog op de toekomst worden gebouwd. En met het groen niet pas rekening wordt gehouden op het moment dat de rest al is ingetekend. De bouwkundige stedennorm 3-30-300 is een goede leiddraad voor de dorpsplanning. Vanuit je woning moet je minimaal 3 bomen kunnen zien, je in een buurt woont met 30 procent boomkroonbedekking, en binnen 300 meter toegang heeft tot een groene buitenruimte van tussen een halve en een hele hectare. Laten we daar de definitieve plannen goed op checken.

Zie voor onze eerdere analyse en oproep over de Grassen dit bericht.