
Geschiedenis
Achterstraat 48 en 50 vormen samen een herkenbaar onderdeel van de oude lintbebouwing van de Achterstraat in Vlijmen. Beide panden zijn ontstaan in een periode waarin Vlijmen nog overwegend agrarisch van karakter was, in 1937 gebouwd aan het begin van de 20e eeuw. Wat Achterstraat 48 en 50 bijzonder maakt, is hun gezamenlijke betekenis. Als zuster- of tweelingwoningen zijn deze boerderijen gebouwd door een vader voor zijn twee kinderen. Samen vertellen zij het verhaal van generaties bewoners die hier woonden, werkten, kinderen opvoedden en ouder werden, terwijl het dorp om hen heen veranderde.
De panden aan Achterstraat 48 en 50 vormen een onderdeel van de historische lintbebouwing van Vlijmen en zijn representatief voor traditionele Brabantse dorpsarchitectuur in de jaren ‘30. De eenvoudige bakstenen gevels met zadeldak evenwijdig aan de straat, de regelmatige raamindelingen en de sobere detaillering passen binnen de architectuur van de jaren 1930 waarin formuleringen vanuit traditionele dorpswoningbouw samenkwamen met de functionele, zakelijkere bouwprincipes van die tijd.
Vandaag de dag vormen beide panden nog steeds een herkenbaar ensemble binnen de Achterstraat. Ze herinneren aan een tijd waarin de schaal van het dorp kleiner was en het leven zich grotendeels afspeelde binnen de eigen straat en gemeenschap. Daarmee hebben Achterstraat 48 en 50 een duidelijke cultuurhistorische waarde als dragers van de geschiedenis van Vlijmen.
Bouwstijl
Beide woningen zijn rechthoekige bakstenen volumes met een zadeldak evenwijdig aan de straat. De gevels zijn functioneel en sober, met een eenvoudige plaatsing van ramen en voordeuren, zonder ornamentiek. Deze eenvoud benadrukt het vernaculaire karakter van de panden, waarin praktisch gebruik, duurzaamheid en menselijke schaalcentraal staan. Het zadeldak en de lage goothoogte sluiten aan bij de omliggende dorpsbebouwing en versterken de herkenbaarheid van het historische straatbeeld.
Intern volgt de indeling het klassieke dorpspatroon: een voorhuis aan de straatzijde, bestemd voor wonen en ontvangst, en een achterhuis voor keuken, werkruimte en opslag. Deze indeling weerspiegelt de combinatie van wonen en werken die kenmerkend was voor dorpen als Vlijmen rond deze periode.
Hoewel de panden geen specifieke historische architectuurstijl vertegenwoordigen zoals neorenaissance of neogotiek, zijn ze typologisch en ensemblegewijs van cultuurhistorische waarde. Ze vormen samen een herkenbaar ensemble binnen de Achterstraat en geven inzicht in de ruimtelijke en sociale structuur van het dorp in de overgang van agrarisch naar modern woongebied.
