
Historie
Het pand is omstreeks 1870 gebouwd door Jan en Piet Verheijden. In 1893 is het in het bezit gekomen van mandenmaker Jan de Leur. Zijn vrouw Hendrina was winkelierster. Hun dochter Johanna (1853-1938) trouwde in 1885 met Jan van de Wiel, die de bijnaam ‘Jan de Pater’ had. Dit echtpaar had een zoon Marinus (1887-1953) en een stiefdochter Trineke van den Dungen (1879-1956). Trineke was een dochter van Johanna van de Leur uit een eerder huwelijk met Cornelis van den Dungen. Marinus en Trineke bleven ongetrouwd in het pand wonen, waarin Marinus een kleine boerderij had en Trineke een snoepwinkel met de bijnaam ‘Trineke de Pater’. De winkel bleef ook toen Michael Minnen het pand in 1954 overnam. Dat bleef tot 1958 wanneer hij naar een C. Jaminwinkel in het Vlijmense centrum verhuisde. Het pand in de Achterstraat is toen overgenomen door groentehandelaar Jos van de Sterren. De huidige eigenaresse kwam in 1973 bij een openbare verkoping in het bezit van het pand.
Openbare verkoping
Het is een heel oud, zelfs laatmiddeleeuws gebruik bij openbare verkoop. Meestal verliep zo’n verkoop in twee etappes: je kon inschrijven en die inschrijvingen werden ingewacht vóór een bepaalde tijd. Pas in tweede instantie vond de echte openbare verkoop plaats, waarbij het hoogste schriftelijk bod werd bekend gemaakt en dan kon iedereen als hij wilde gaan opbieden. Er werd een kaars aangestoken en zo lang die brandde kon er nog geboden worden. Ging de kaars uit, dan was het hoogste bod op dat moment definitief. Ik weet niet of iemand hierover specifiek geschreven heeft, maar ik heb wel heel wat openbare verkopen beschreven gezien ‘met brandende kaars’ en eerder ‘mit bernender kersse’.
Ter verduidelijking:
De voorinschrijving was wel serieus: als je als hoogste inschrijver uit de bus kwam en er werd bij de openbare verkoop niet meer geboden, dan zat je wel aan je bod vast, dus je kon er niet zo maar op los inschrijven. Om ervoor te zorgen dat de openbare verkoop van een zo hoog mogelijk punt van start zou gaan, waar de verkoper belang bij had, kreeg de hoogste inschrijver echter een aan vaste normen gebonden percentage van zijn inschrijfbod als premie uitgekeerd en het was voor hem dus interessant om wat (verantwoord) risico te nemen.

Tekst: Bart Beaard
